Lesbisch ouderschap / Donorcontract /
Co-ouderschapscontract

Notaris Liesbeth Verhagen

Sinds 1 april 2014 is het voor lesbische vrouwen eenvoudiger om samen het juridisch ouderschap te verwerven. De nieuwe wet is te danken aan een jarenlange inzet van politici, het COC en andere lobbyisten.

Sinds 1998 heb ik mij gespecialiseerd in lesbisch ouderschap, donorschap en (roze) co-ouderschap. Op deze pagina kunt u meer lezen over de juridische achtergronden en over het nut van een notarieel donorcontract of co-ouderschapscontract.

Zie ook een interview met Joyce en Scarlet van “ikVrouwvanJou“, d.d. 9 okt 2017: https://www.youtube.com/watch?v=iCA-YanKmA8

GEZAG

Minderjarige kinderen staan onder gezag van één of twee volwassenen. Indien de juridische ouders het gezag hebben, wordt gesproken van ‘ouderlijk gezag’. Indien één of meer anderen (dan de juridische ouders) het gezag hebben, dan wordt gesproken van ‘voogdij’.

Het gezag geeft rechten en plichten, namelijk:

  1. om het kind te verzorgen en op te voeden;
  2. om het kind te vertegenwoordigen (bijvoorbeeld toestemming geven voor medische behandeling);
  3. om het vermogen van het kind te beheren.

Het gezag vervalt zodra het kind meerderjarig wordt, dus als het kind 18 jaar wordt. Vroeger werd er ook wel over ‘toeziend voogd’ gesproken, maar dat begrip bestaat niet meer. Tegenwoordig kan een kind ook onder gezag van één persoon staan (een ouder of een voogd).

Sinds 1 januari 1998 is het mogelijk dat de juridische ouder samen met diens partner (die geen juridisch ouder is) het gezag heeft over een kind. Het gezag van die partner wordt dan ‘medegezag’ genoemd. Sinds 1998 kan de juridische moeder van een kind dus met haar vrouwelijke partner het medegezag voor haar vrouwelijke partner aanvragen.

Gezag indien wel huwelijk/geregistreerd partnerschap

Sinds 1 januari 2002 geldt dat als een kind wordt geboren binnen een huwelijk of geregistreerd partnerschap van twee vrouwen, dat dan die twee vrouwen van rechtswege gezamenlijk gezag over het kind hebben, tenzij er nog een andere juridisch ouder in het spel is, bijvoorbeeld een donor die het kind heeft erkend.

Gezag indien geen huwelijk/geregistreerd partnerschap

Indien een kind wordt geboren binnen een relatie van twee vrouwen die niet met elkaar zijn getrouwd of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, heeft in beginsel slechts de biologische moeder het gezag.

Tot 1 april 2014 konden de biologische moeder en de meemoeder na de geboorte van het kind met behulp van een advocaat gezamenlijk gezag aanvragen bij de Rechtbank, onder voorwaarde dat de meemoeder in nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat. Na toewijzing van dit verzoek, kon de beslissing van de rechter worden aangetekend in het gezagsregister van de Rechtbank. Het verzoek tot gezamenlijk gezag ging vaak gepaard met het adoptieverzoek.

Sinds 1 april 2014 is het eenvoudiger om gezamenlijk gezag te verkrijgen. De meemoeder kan het kind namelijk (desgewenst al vóór de geboorte) erkennen, waardoor de moeders beiden de juridische ouders zijn. Door dit gezamenlijk juridisch ouderschap hebben de moeders de mogelijkheid om na de geboorte van het kind hun gezamenlijk gezag te laten aantekenen in het gezagsregister van de Rechtbank, zonder dat daar een rechterlijke beslissing aan vooraf gaat. Het aanvragen van gezamenlijk gezag is nu dus een administratieve handeling geworden, waarvoor geen advocaat ingeschakeld hoeft te worden.

Let op: het aanvragen van gezamenlijk gezag kan niet vóór de geboorte al geregeld worden. Denk er dus aan om dit na de geboorte nog te doen, ook al is het kind vóór de geboorte reeds erkend. Deze procedure is overigens gelijk aan de procedure die geldt voor een heterostel dat niet gehuwd of geregistreerd is. Zie voor het aanvragen van gezamenlijk gezag: https://www.rechtspraak.nl/Uw-Situatie/Onderwerpen/Gezag

JURIDISCH OUDERSCHAP

In het spraakgebruik worden er verschillende betekenissen toegekend aan het woord ‘ouderschap’. Soms wordt biologisch ouderschap bedoeld, soms juridisch ouderschap en soms sociaal ouderschap. Waar ik in dit artikel schrijf over ‘ouderschap’, bedoel ik daarmee juridisch ouderschap, tenzij anders is aangegeven. Een kind kan één of twee juridische ouders hebben.

Zoals ik hierboven heb uitgelegd, heeft het (ouderlijk) gezag betrekking op verzorging en opvoeding, vertegenwoordiging en vermogensbeheer tijdens de minderjarigheid van een kind. Gezag eindigt bij de meerderjarigheid van een kind. Dit alles geldt niet voor het juridisch ouderschap.

Juridisch ouderschap geeft een afstammingsband met het kind. Dat betekent dat het kind ‘familie’ is en een familieband heeft met de ouders en met de familie van de ouders. Door het juridisch ouderschap wordt een kind kleinkind van de grootouders, enzovoorts. Deze familieband eindigt niet als een kind meerderjarig wordt. Behalve emotionele aspecten, kleven er aan deze juridische afstammingsband ook belangrijke juridische gevolgen, bijvoorbeeld ten aanzien van nationaliteit, naamrecht, erfrecht, erfbelasting, schenkbelasting, inkomstenbelasting, alimentatie en wezenpensioen.

Indien de meemoeder geen juridisch ouder van het kind is, dan is het kind volgens de wet geen erfgenaam van de meemoeder. Dat kan bij testament gerepareerd worden, maar het is niet ideaal. Bovendien strekt het probleem zich verder uit. Stel dat de ouders van de meemoeder (‘opa en oma’) in hun testament aan ieder van hun kleinkinderen een bedrag van € 5.000 nalaten. Het kind van de meemoeder wordt dan juridisch niet als kleinkind gezien en doet niet mee bij de verdeling van de nalatenschap van opa en oma, ook al voelde het voor de grootouders wel alsof zij opa en oma waren.

Sinds 1 april 2001 is het voor de meemoeder mogelijk om via partneradoptie – net als de biologische moeder – juridisch moeder van het kind te worden. Sinds 1 april 2014 zijn daar nieuwe mogelijkheden bij gekomen.

Volgens het nieuwe recht is juridisch moeder:

  1. de vrouw uit wie het kind is geboren
  2. de vrouw die op het moment van geboorte met de biologische moeder is getrouwd of een geregistreerd partnerschap heeft, mits sprake is van een “aanvankelijk anonieme donor”
  3. de vrouw die het kind heeft erkend
  4. de vrouw wier moederschap gerechtelijk is vastgesteld
  5. de vrouw die het kind heeft geadopteerd

Joyce & Scarlet met hun zoon Hunter
http://ikvrouwvanjou.nl/

Meemoederschap van rechtswege

Indien een kind op of na 1 april 2014 is geboren binnen het huwelijk of geregistreerd partnerschap van de moeders én er sprake is van een “aanvankelijk anonieme donor”, dan zijn beide moeders van rechtswege (dus automatisch) samen de juridische ouders.

Een aanvankelijk anonieme donor is een donor die zijn sperma heeft afgestaan aan een vruchtbaarheidskliniek. Als het kind 12 jaar oud is, mag het bepaalde gegevens van de donor opvragen. Zodra het kind 16 jaar is, heeft het kind recht om de identiteit van de donor te weten. De gegevens van de donor zijn bekend bij de “Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting” en bij gebruikmaking van een aanvankelijke anonieme donor, ontvangen de wensouders daaromtrent een verklaring van deze stichting. Bij de aangifte van het kind kunnen de wensouders die verklaring overleggen aan de ambtenaar van de Burgerlijke Stand.

Een donor via krant of internet is dus geen aanvankelijk anonieme donor in de zin van de wet, ook al kennen de wensmoeders deze donor niet of nauwelijks.

Indien de wensouders een huwelijk of geregistreerd partnerschap met elkaar hebben én een verklaring hebben van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting, dat sprake is van een aanvankelijke anonieme donor, dan ontstaat het ouderschap dus van rechtswege, dat wil zeggen: automatisch. Beide moeders worden dan als juridische ouders geregistreerd bij de aangifte van het kind.

Indien de wensouders geen huwelijk of geregistreerd partnerschap met elkaar hebben, ontstaat het ouderschap niet van rechtswege, ook niet indien sprake is van een aanvankelijk anonieme donor. In dat geval is erkenning of partneradoptie nodig om beiden juridisch ouders te worden.

Sinds 1 juni 2004 is een absoluut anoniem donorschap in Nederland niet meer mogelijk. Indien inseminatie via een buitenlandse anonieme donor heeft plaatsgevonden en de personalia van die donor niet bekend zijn bij Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting, dan is geen sprake van een aanvankelijk anonieme donor in de zin van de wet. In geval dient het juridisch ouderschap van de meemoeder geregeld worden via erkenning of partneradoptie.

Meemoederschap door erkenning

Indien het moederschap niet van rechtswege is ontstaan, dan kan de meemoeder (sinds 1 april 2014) juridisch ouder worden door middel van erkenning. Dit geldt dus ook voor kinderen die geboren zijn vóór 1 april 2014.

De erkenning vindt vóór of na de geboorte plaats, bij de Burgerlijke Stand; dit kan bij iedere gemeente van Nederland. Erkenning na de geboorte heeft geen terugwerkende kracht. Zo mogelijk is dus een erkenning vóór de geboorte aan te bevelen.

Aan de erkenning van een kind is geen maximum leeftijd verbonden, noch voor de (beoogd) ouder, noch voor het kind. Zolang het kind nog niet de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, is voor erkenning toestemming nodig van de biologische moeder. Indien het kind tussen 12 en 16 jaar oud is, is voor erkenning toestemming nodig van de biologische moeder én van het kind. Indien het kind 16 jaar of ouder is, is voor erkenning alleen toestemming van het kind nodig.

Indien de meemoeder het kind wil erkennen, maar de biologische moeder, of het kind van 12 jaar of ouder, daarvoor geen toestemming verleent, dan kan de meemoeder vervangende toestemming vragen aan de rechter, op grond van het feit dat zij als partner van de moeder “heeft ingestemd met een daad die de verwekking tot gevolg heeft gehad”; kunstmatige inseminatie dus.

Ook de donor die in een nauwe persoonlijke betrekking met het kind staat, kan de rechter vragen om vervangende toestemming tot erkenning. Van een “donor” is sprake, indien het kind door kunstmatige bevruchting is verwerkt. Wanneer van een “nauwe persoonlijke betrekking” sprake is, is niet vast gedefinieerd, maar moet worden afgeleid uit rechtspraak. Er moet sprake zijn van een reële band met het kind en er moet sprake zijn van regelmatig contact. Bloedverwantschap is dus niet voldoende om een nauwe persoonlijke betrekking aan te nemen. Een nauwe persoonlijke betrekking wordt in het recht ook wel “family life” genoemd.

Indien het kind op natuurlijke wijze is verwekt, dan spreekt met van een “verwekker” in plaats van een donor. Indien de verwekker het kind zou willen erkennen en hij daarvoor geen toestemming krijgt van de biologische moeder, of van het kind van 12 jaar of ouder, dan kan hij ook vervangende toestemming voor erkenning aan de rechter vragen.

Als een donor met family life of een verwekker de rechter om vervangende toestemming voor erkenning vraagt, dan kan dat verzoek worden gehonoreerd, “tenzij dit de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt of een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt.”

Voor de meemoeder die om vervangende toestemming verzoekt, geldt een andere maatstaf: de toestemming kan door de rechter worden verleend, indien dit in het belang is van het kind. Deze maatstaf is op dit moment (nog) niet ingekleurd. Dat komt doordat deze mogelijkheid voor de meemoeder (om vervangende toestemming te vragen) bij amendement (dus op het laatste moment) in de wet is gekomen. Een nadere invulling van de maatstaf, bijvoorbeeld in de Memorie van Toelichting, ontbreekt. Duidelijk is wel, dat bij de biologische vader geldt dat het verzoek wordt toegewezen, tenzij… en dat bij de meemoeder geldt dat het verzoek wordt toegewezen indien… Voor de moeder geldt dus een strengere maatstaf.

Let wel, een kind kan naar huidig recht maximaal twee ouders hebben en uit het bovenstaande blijkt dat de biologische moeder een belangrijke rol speelt bij de bepaling wie de tweede ouder wordt: zij heeft in beginsel immers het recht haar toestemming voor erkenning te verlenen aan ofwel de meemoeder ofwel de biologische vader. Alleen de rechter kan haar keuze nog overrulen.

Indien de meemoeder het kind – met toestemming van de biologische moeder – eenmaal heeft erkend en de donor met family life (of de verwekker) daarna ook juridisch ouder wil worden, dan heeft hij de mogelijkheid om alsnog vervangende toestemming voor erkenning aan de rechter te vragen. De rechter zal dan een belangenafweging maken. Mocht het verzoek van de donor succesvol zijn, dan wordt de eerste erkenning door de meemoeder vernietigd ten behoeve van de tweede erkenning door de donor (of verwekker).

Het wezenlijk belang van een notarieel donorcontract moge hier duidelijk zijn: wat zijn de intenties geweest van de wensmoeders en de donor? Wat is er afgesproken?

Leg dus notarieel vast dat sprake is van donorschap (en niet van verwekking), dat de donor afstand doet van zijn recht op ouderschap én, als het om twee wensmoeders gaat, dat de meemoeder recht heeft op juridisch ouderschap.

TOCH KIEZEN VOOR PARTNERADOPTIE?

Door nieuwe wet is de vraag opgekomen of de partneradoptieprocedure kan worden afgeschaft, nu de meemoeder van rechtswege of door erkenning juridisch ouder kan worden. De adoptieprocedure is tijdrovend, duur en onaangenaam; wie kiest daar nu nog voor?

Buitenland

Indien de wensouders plannen hebben om in het buitenland te gaan wonen, dan kan dat een reden zijn om voor partneradoptie te kiezen. Partneradoptie geeft in sommige landen wellicht meer kans op aanvaarding van de ouderschapsband dan erkenning.

Overigens gaat het hier niet om vragen als: “Mag de meemoeder het kind meenemen naar het buitenland?” Of: “Mag de meemoeder toestemming geven voor medische behandeling tijdens een vakantie in het buitenland?” Bij die vragen is immers bepalend wie het gezag over het kind heeft en niet wie de juridische ouders zijn.

Let op, is er eenmaal gekozen voor erkenning, dan is de keuze voor partneradoptie in principe afgesloten. In 2015 moest de Rechtbank Den Haag oordelen of een kind kon worden geadopteerd door de meemoeder die het kind eerder al had erkend. De moeders deden een beroep op dwaling, omdat zij zich niet hadden gerealiseerd dat adoptie betere kansen gaf in het buitenland op aanvaarding van de ouderschapsband. De rechtbank stelde dat de mogelijkheden tot het vernietigen van de erkenning beperkt moeten worden uitgelegd, en dat dat in deze situatie niet mogelijk is. (Rb. Den Haag 12 oktober 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:12134)

Op 4 maart 2019 heeft Rechtbank Utrecht een uitspraak gedaan, waarin een erkenning wel werd vernietigd om vervolgens de adoptie uit te spreken. In dit geval was er een zusje dat wel was geadopteerd, en werd de positie van beide kinderen gelijk getrokken. Deze uitspraak biedt mensen wellicht aanknopingspunten om alsnog tot een adoptie te komen. (ECLI:NL:RBMNE:2019:845)

Ontkenning / vernietiging van het ouderschap van de meemoeder

Daarnaast kan er een andere reden zijn om voor partneradoptie te kiezen. Het juridisch ouderschap van de meemoeder dat van rechtswege is ontstaan, kan namelijk worden ontkend en het juridisch ouderschap dat door erkenning is ontstaan, kan worden vernietigd, in beide gevallen op grond van het feit dat de meemoeder niet de biologische moeder van het kind is. Het verzoek kan bij de rechter worden ingediend door de biologische moeder, door de meemoeder of door het kind zelf.

Is het ouderschap van de meemoeder van rechtswege ontstaan (door de combinatie van een huwelijk/geregistreerd partnerschap én een aanvankelijk anonieme donor), dan:

  1. kan het kind dit verzoek bij de Rechtbank indienen uiterlijk binnen drie jaren nadat het meerderjarig is geworden;
  2. kan de biologische moeder of de meemoeder het juridisch ouderschap niet ontkennen indien de meemoeder vóór het huwelijk/geregistreerd partnerschap heeft kennis gedragen van de zwangerschap of indien zij heeft ingestemd met de kunstmatige donorbevruchting.

Is het ouderschap van de meemoeder door erkenning ontstaan, dan:

  1. kan het kind tot uiterlijk drie jaren nadat het meerderjarig is geworden een verzoek tot vernietiging van de erkenning bij de rechtbank indienen, tenzij de erkenning tijdens diens meerderjarigheid (en derhalve met diens toestemming) heeft plaatsgevonden;
  2. kan de biologische moeder of de meemoeder een verzoek tot vernietiging van de erkenning slechts indienen, indien zij door bedreiging, dwaling of bedrog, of door misbruik van omstandigheden is bewogen om toestemming te geven tot erkenning / om tot erkenning over te gaan.

NOTARIEEL DONORCONTRACT

Anders dan een onderhandse donorovereenkomst, geeft een notarieel donorcontract dwingendrechtelijk bewijs. Dit is van wezenlijk belang, zowel ter bescherming van de rechten van de moeder(s) als ter bescherming van de rechten van de donor.

De donor wil in het algemeen niet – tegen de afspraken in – geconfronteerd worden met een procedure van de moeder of het kind tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Dat zou voor hem immers een financiële onderhoudsverplichting met zich mee brengen en bovendien een ongewenste afstammingsband, met onder meer erfrechtelijke gevolgen. Hij wil zo’n risico in het algemeen uitsluiten.

Voor gerechtelijke vaststelling van het vaderschap is (onder meer) vereist dat hij verwekker is van het kind (dus dat het kind op natuurlijke wijze is verwekt). In een notarieel donorcontract kan worden vastgesteld dat het een kunstmatige bevruchting betreft en dat de bevruchting niet op natuurlijke wijze zal plaatsvinden. Deze vaststelling in een notariële akte levert voor de donor (anders dan bij een onderhandse donorovereenkomst) dwingend bewijs op dat hij donor is en geen verwekker. Daarmee is het risico op gerechtelijke vaststelling van het vaderschap voor hem uitgesloten. Een mogelijke procedure daartoe zal niet kunnen slagen.

De moeder(s) willen in het algemeen niet geconfronteerd worden met een donor die – tegen de afspraken in – juridisch ouderschap opeist en daartoe vervangende toestemming voor erkenning bij de rechter vraagt. Dat zou immers kunnen betekenen dat het juridisch ouderschap van de meemoeder wordt vernietigd en dat de donor ouderschapsrechten krijgt.

Voor vervangende toestemming tot erkenning is vereist dat het om een ‘verwekker’ gaat, ofwel dat het een donor met een nauwe persoonlijke betrekking met het kind betreft. Het verwekkerschap kan – zoals hierboven staat vermeld – gemakkelijk dwingendrechtelijk worden uitgesloten, door vaststelling van kunstmatige bevruchting in een notariële donorovereenkomst. In het geval de donor een “nauwe persoonlijke betrekking” met het kind betreft, dan zal de rechter een belangenafweging maken. In dat geval is het van groot belang dat dwingendrechtelijk, dus bij notariële akte, is vastgesteld wat de intenties en afspraken zijn geweest tussen de donor en de moeder(s).

Het is mogelijk dat bepaalde afspraken van een donorcontract in een juridisch geschil door een (Europese) rechter vernietigd worden, bijvoorbeeld als die op gespannen voet staan met grondrechten van de donor of het kind. Een donorcontract is daarom in de kern een ander soort contract dan een contract dat over geld of goederen gaat. Bij een geschil zal een rechter echter altijd de gemaakte afspraken en intenties als uitgangspunt nemen. Als de afspraken en intenties zelf niet meer ter discussie kunnen staan, omdat die notarieel zijn vastgelegd, dan geeft dat veel houvast en zekerheid.

Het belang van een notariële akte blijkt bijvoorbeeld uit ene arrest van de Hoge Raad waarbij de vrouw van de man een maandelijkse bijdrage vorderde in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind. De man voerde daartegen aan dat hij niet onderhoudsplichtig is, omdat hij donor was geweest en geen verwekker. Om zijn stelling kracht bij te zetten, overhandigde hij een kopie van de onderhandse donorovereenkomst die hij met de vrouw had gesloten. De vrouw ontkende vervolgens dat zij een donorovereenkomst met de man had gesloten en betwistte de echtheid van haar handtekening. De man kon de echtheid van de donorovereenkomst niet bewijzen. Ook in hoger beroep kwamen het Hof en de Hoge Raad tot de slotsom dat de man er niet in geslaagd was om te bewijzen dat de vrouw de donorovereenkomst heeft getekend en dat er sprake is van donorschap. De man kon niet bewijzen dat het kind op niet-natuurlijke wijze was verwekt. Hij werd daarom aangemerkt als verwekker, op grond waarvan hij onderhoudsplichtig werd. Deze casus zou een andere uitkomst hebben gehad als de donorovereenkomst in de vorm van een notariële akte was gegoten. Een notariële akte levert immers dwingend bewijs op. De vrouw zou in dat geval dus niet succesvol de echtheid van haar handtekening hebben kunnen betwisten.

Van een notariële akte staat vast dat het document echt is, een vaste datum heeft, gelezen, begrepen en ondertekend is door de betrokkenen en niet meer is gewijzigd na ondertekening. De notaris is een juridisch specialist die verantwoordelijk is voor de inhoud van de akte. De identiteit en wilsbekwaamheid van de betrokkenen is door de notaris vastgesteld. Een notariële geldt als dwingend bewijs in de rechtszaal. Een notariële akte kan nooit kwijtraken en blijft eeuwig bewaard; eerst bij de notaris, vervolgens bij diens opvolgers.

Een onderhands donorcontract levert geen dwingendrechtelijk bewijs op in de rechtbank. Het staat niet vast dat de afspraken en intenties daadwerkelijk zo bedoeld en begrepen zijn. Iemand die zich benadeeld voelt, kan de inhoud van het contract aanvechten. Er kan discussie ontstaan over de wilsbekwaamheid en identiteit van een ondertekenaar en van de echtheid van de handtekening. Het stuk kan worden vervalst of kwijtraken.

Wilt u een donorcontract opstellen? Ik begeleid u daar graag bij. Als u mij uw situatie schetst, dan zal ik u de procedure mailen. Mailt u naar verhagen@feitsmaverhagen.nl

 

 

 

 

 

 

Bibi & Lotte met hun zoon Sef
Wil je een kijkje in hun leven? Je kunt hen volgen op Instagram: @familietelleman

HEEFT DE DONOR RECHT OP OPGANG?

Wanneer iemand een zogeheten nauwe persoonlijke betrekking met het kind heeft, heeft diegene in beginsel recht op omgang met het kind. Deze nauwe persoonlijke betrekking wordt ook wel family life genoemd. Die term komt uit internationaal recht.

De biologische band tussen een donor en het kind is op zichzelf onvoldoende om een recht op omgang te claimen. Als de donor via de rechter omgang met het kind zou willen afdwingen, dan moet er sprake zijn van ‘bijkomende omstandigheden’ die maken dat hij een nauwe en persoonlijke band met het kind heeft. Bij de vraag wat bijkomende omstandigheden zijn, kan het donorcontract een belangrijke rol spelen. Uit het donorcontact blijkt immers de intentie van partijen als het gaat om de rol die de donor zal krijgen in het leven van het kind.

HEEFT HET KIND HET RECHT TE WETEN WIE DE DONOR IS?

Op 16 maart 2016 heeft de Hoge Raad bekrachtigd dat een kind het recht heeft te weten van wie het afstamt. Dit recht vloeit voort uit het recht op “private life”, in het bijzonder het recht op persoonlijke identiteit. Volgens de Hoge Raad behoort het geven van informatie over zijn afstamming (‘statusvoorlichting’) tot de zorg en verantwoordelijkheid voor het geestelijk welzijn en de persoonlijke ontwikkeling van het kind. Het is daarom aan de ouder die het gezag uitoefent, om het kind die informatie te geven. In beginsel is het aan deze ouder voorbehouden om het daartoe geschikte moment te bepalen. Daarbij dient het belang van het kind voorop te staan. Ouderlijk gezag is weliswaar een aan de ouders toekomend ‘recht’, maar dit recht is gegeven in het belang van het kind en kan daarom niet los worden gezien van de verplichting dat belang te dienen.

MEEROUDERSCHAP

Op 8 december 2016 is het rapport ‘Kind en ouders in de 21ste eeuw’ verschenen, van de Staatscommissie Herijking ouderschap. De commissie vindt dat een kind juridisch vier ouders moet kunnen hebben, dat het draagmoederschap juridisch beter moet worden geregeld en dat kinderen recht hebben op hun ontstaansgeschiedenis. De commissie schrijft dat ieder kind er belang bij heeft dat zijn juridische positie zoveel mogelijk vanaf zijn geboorte is geregeld. De vele verschillende gezinssituaties die tegenwoordig in Nederland voorkomen, maken het nodig dat wetgeving en beleid op het terrein van ouderschap en gezag worden aangepast. Zo moeten meerdere personen het gezag over een kind kunnen uitoefenen (“meerpersoonsgezag”).

Een van de voorwaarden voor juridisch meerouderschap zou moeten zijn dat een kind maximaal vier juridische ouders kan hebben, die maximaal twee huishoudens vormen. Vóór de conceptie van het kind moeten de ouders aan de rechter een “meerouderschapsovereenkomst” overleggen, waarin afspraken zijn gemaakt over onder meer zorg- en opvoedingstaken, de hoofdverblijfplaats van het kind, de verdeling van de financiële lasten en de geslachtsnaam.

In juli 2019 werd bekend dat het kabinet niet kiest voor verruiming van het aantal ouders; dat blijven er maximaal twee. De twee ouders houden volledig gezag, zoals nu ook het geval is. Nieuw zal zijn, dat daar maximaal twee mensen bij kunnen komen, die zogenaamd ‘deelgezag’ hebben. Naast twee koppels die een gezamenlijke kinderwens hebben, zou zo’n deelgezag bijvoorbeeld ook kunnen bestaan voor stiefouders en pleegouders.

CO-OUDERSCHAPSCONTRACT

Het komt steeds vaker voor dat de donor, al dan niet met zijn partner, wel een rol wil vervullen bij de verzorging en opvoeding van het kind. In die gevallen is het van groot belang dat de donor en de biologische moeder, al dan niet met hun partners, samen goede afspraken maken. Deze afspraken kunnen worden vastgelegd in een zogenaamd “co-ouderschapscontract”. Dit contract is gebaseerd op een donorcontract en is uitgebreid met de gemeenschappelijke intenties en afspraken over het delen van verantwoordelijkheden, rechten en verplichtingen ten aanzien van de verzorging en opvoeding van het kind. In zo’n contract wordt uiteraard ook vastgelegd wie het juridisch ouderschap zal verkrijgen en wie met het (ouderlijk) gezag zal worden belast. Een co-ouderschapscontract is verre van standaard en vergt een goede voorbereiding.

Wilt u een co-ouderschapscontract opstellen? Ik begeleid u daar graag bij. Als u mij uw situatie schetst, dan zal ik u de procedure mailen. Mailt u naar verhagen@feitsmaverhagen.nl

ACHTERNAAM

Als een kind bij de geboorte één juridisch ouder heeft (de biologische moeder), dan krijgt het kind de achternaam van de biologische moeder.

Als een kind bij de geboorte van rechtswege twee juridische ouders heeft gekregen (door de combinatie van een huwelijk/geregistreerd partnerschap én een aanvankelijk anonieme donor), dan krijgt het kind in principe de achternaam van de meemoeder, tenzij er een gezamenlijke naamskeuze wordt gedaan voor de naam van de biologische moeder. Indien u een gezamenlijke naamskeuze wilt uitbrengen, dan kunt u dat vóór of bij de geboorteaangifte doen bij de Burgerlijke Stand. Praktisch gezien is het aan te bevelen om dit vóór de geboorte te regelen, aangezien de biologische moeder vaak niet bij de aangifte van het kind aanwezig kan zijn.

Als de meemoeder haar ouderschap heeft verkregen door erkenning, dan krijgt het kind in principe de achternaam van de biologische moeder, tenzij er een gezamenlijke naamskeuze wordt gedaan voor de naam van de meemoeder. Die gezamenlijke naamskeuze kan worden uitgebracht bij de erkenning van het kind.

Als sprake is van partneradoptie, dan wordt de naamskeuze in de adoptieprocedure gedaan.

Overigens geldt dat een naamskeuze slechts ten aanzien van het eerste kind kan worden afgelegd. Volgende kinderen van dezelfde juridische ouders zullen dezelfde geslachtsnaam krijgen als het oudste kind, ongeacht wie de biologische moeder van de volgende kinderen is.

ERFRECHT EN VOOGDIJ GOED GEREGELD? 

Naast gezag en ouderschap is het van belang dat ook het erfrecht goed geregeld is. Als er een huwelijk of geregistreerd partnerschap is afgesloten, dan geeft het wettelijk erfrecht (sinds 1 januari 2003) de basis van een langstlevende bescherming in geval van overlijden.

Als er geen huwelijk of geregistreerd partnerschap is afgesloten, dan is het van belang om via een testament en een samenlevingsovereenkomst te bewerkstelligen dat de langstlevende partner goed beschermd wordt, in geval van overlijden van één van de ouders.

Het is ook van belang om in de voogdij te voorzien, voor het geval de ouder(s) komen te overlijden en er geen ouder meer is die het gezag over het kind draagt. De voogdij kan bij testament worden geregeld, ofwel via het gezagsregister van de Rechtbank. Zie voor meer informatie: https://www.rechtspraak.nl/Uw-Situatie/Voogdij

NADERE INFORMATIE EN CONTACT

Voor het opstellen van een donorcontract, een co-ouderschapscontract,of voor meer informatie kunt u mij mailen: verhagen@feitsmaverhagen.nl

 

notaris Liesbeth Verhagen       

verhagen@feitsmaverhagen.nl

tel. 0299-369 511