Nieuwsitems

Artikel 13 WBR: bij modelclausule hoeven starters 0% en doorstromers 2% af te dragen

22 oktober, 2020

Bij een overdracht binnen 6 maanden wordt vaak overeengekomen dat de verkrijger het belastingvoordeel van artikel 13 WBR aan de verkoper vergoedt. Dit betekent niet dat de verkoper de door hem betaalde overdrachtsbelasting volledig van de koper krijgt vergoed. Stel dat een belegger in 2021 een woning verwerft voor een koopprijs van € 200.000. Hij betaalt dan € 16.000 overdrachtsbelasting. Als hij binnen 6 maanden overdraagt aan een starter zal hij op grond van de bestaande modelclausules geen overdrachtsbelasting van de koper retour krijgen omdat recht bestaat op de startersvrijstelling. Wordt er geleverd aan een ‘doorstromer’ dan krijgt de belegger 2% van € 200.000 = € 4.000 van de koper.

Bij panden die worden verbouwd tot woning is belastingheffing afhankelijk van de situatie

22 oktober, 2020

Als iemand een (leegstaande) winkel of kantoor verkrijgt met de bedoeling om het pand te verbouwen tot woning, zal straks het overdrachtsbelastingtarief van 8% gelden als op het moment van de verkrijging nog steeds sprake is van een winkel of kantoor omdat dan geen sprake is van een woning (zie HR 29 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1779, FBN 2020-3). Als bouwgrond wordt verkregen van een BTW-ondernemer is er omzetbelasting verschuldigd. Wordt het bouwterrein verkregen van een niet-ondernemer, dan is pas sprake van een woning voor de overdrachtsbelasting als de fundering voor de nieuwe woning is aangelegd.

Voor deel van pand dat niet is bestemd voor bewoning gelden de faciliteiten in beginsel niet

22 oktober, 2020

Bij onroerende zaken die naar hun aard gedeeltelijk voor bewoning en deels voor andere doeleinden (bijvoorbeeld bedrijfsdoeleinden) zijn bestemd, kunnen de startersvrijstelling en het WBR-tarief van 2% enkel worden toegepast op het deel dat voor bewoning is bestemd mits de verkrijger dit (anders dan tijdelijk) als hoofdverblijf gaat gebruiken. Is geen sprake van splitsbare delen en wordt een woning die voor ten minste 90% voor bewoning is bestemd als hoofdverblijf gebruikt door de verkrijger, dan gelden de faciliteiten voor het gehele pand.