Nieuwsitems

Per 1 januari 2027 kan algemene vergadering digitaal

17 september, 2026

Per 1 januari 2027 is het voor verenigingen, VvE’s, BV’s, NV’s, coöperaties en onderlinge
waarborgmaatschappijen mogelijk dat de algemene vergadering uitsluitend digitaal plaatsvindt.
De volledig digitale vergadering heeft een facultatief karakter; het is voor rechtspersonen dus
niet verplicht om op deze wijze te vergaderen. Een volledig digitale vergadering wordt een optie
naast de reeds bestaande mogelijkheden van een fysieke of hybride algemene vergadering.
Het is aan de rechtspersoon om zelf een keuze te maken ten aanzien van de vergadervorm.

In tegenstelling tot bij een vereniging en een VvE is het bij een NV, een BV, een coöperatie
en een onderlinge waarborgmaatschappij noodzakelijk dat de statuten worden gewijzigd om
een volledig digitale vergadering mogelijk te maken. Hiervoor is in ieder geval een meerderheid
van de aandeelhouders nodig (zie artikel 2:121 lid 1 BW; artikel 2:231 lid 1 BW; en artikel
2:53a BW jo. artikel 2:43 lid 1 BW).

In het wetsvoorstel is niet gekozen voor een dwingend voorschrift van een gekwalificeerde meerderheid of unanimiteit. Reden hiervoor is om het zoveel mogelijk aan de rechtspersoon zelf over te laten om te bepalen hoe zij tot het besluit komt om al dan niet volledig digitaal te vergaderen. Het is immers mogelijk dat de statuten bepalen dat voor dit besluit een gekwalificeerde meerderheid dan wel unanimiteit nodig is.

Door een amendement (TK 36489, nr 15) is het ook mogelijk dat het bestuur zonder een
statutaire grondslag een volledig digitale vergadering uitroept indien er sprake is van een
uitzonderlijke omstandigheid waardoor de continuïteit van de besluitvorming of de veiligheid
en gezondheid van de vergadergerechtigden ernstig in gevaar komt. Het moet dan gaan om
een pandemie, natuurramp, oorlog, terrorismebedreiging of een andere onverwachte calamiteit.

De rechtspersoon zal een voorgenomen statutenwijziging met betrekking tot het digitaal
vergaderen vooraf aan de algemene vergadering kenbaar moeten maken. Het ligt op de weg
van de rechtspersoon om dan ook de regeling of protocol te overleggen waarin de modaliteiten
voor het uitschrijven van een digitale vergadering zijn opgenomen. De staatssecretaris heeft
hierbij verwezen naar voorbeelden van bepaalde vennootschappen (TK 36489, nr 6 blz. 24).
Stb. 2026, 161 en 259

PS Uit de praktijk blijkt dat veel rechtspersonen ondanks het verval van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid sinds 1 februari 2023 nog steeds volledig digitaal hebben vergaderd. Omdat hiervoor een wettelijke grondslag ontbreekt, zijn de genomen besluiten ongeldig. Onder bepaalde voorwaarden kunnen deze besluiten worden gerepareerd.

Overdrachtsbelasting vanaf 1 januari 2027

16 september, 2026

Gisteren is het Belastingplan 2027 aangeboden aan de Tweede Kamer. Daarin is onder meer aangekondigd dat het algemeen tarief voor woningen vanaf 1 januari 2027 wordt verlaagd van 8% naar 7%.
Sinds 2026 bestaat er een algemeen tarief van 8% voor woningen. Dit tarief is van belang
als de verkrijger geen recht heeft op de startersvrijstelling of het verlaagde tarief van 2%.
Voorgesteld wordt om het algemene woningtarief per 1 januari 2027 te verlagen naar 7%.
Omdat wordt aangesloten bij de bestaande systematiek geldt de verlaging niet alleen voor
woningen die zijn bestemd voor verhuur maar ook voor tweede woningen en vakantiehuizen etc.
Door deze tariefsverlaging verwacht het kabinet dat overdrachten zullen worden uitgesteld.

Is een spaar BV aantrekkelijk in het nieuwe box 3-stelsel?

1 mei, 2026

Naar verwachting zal op 1 januari 2028 het wetsvoorstel “Wet werkelijk rendement box 3” in werking treden. Volgens dit wetsvoorstel wordt het werkelijke rendement van box 3-vermogen belast tegen 36%.
Niet alleen de reguliere inkomsten worden (na aftrek van kosten) belast maar ook de waardeontwikkeling die de box 3-bezittingen ondergaan.
Als hoofdregel wordt de waardeontwikkeling die een object in een bepaald kalenderjaar
heeft ondergaan in het betreffende jaar belast, ook indien het object niet wordt vervreemd.
Voor onroerende zaken (en participaties in een startende onderneming) geldt echter dat de
waardeontwikkeling pas wordt belast met inkomstenbelasting in het jaar van vervreemding.

De Eerste Kamer heeft een vraag gesteld over de kans dat mensen een spaar-BV oprichten en hun vermogen naar box 2 verplaatsen. In zijn antwoord stelt de staatssecretaris van Financiën dat het de verwachting is dat een deel van de mensen die structureel meer box 3-belasting gaat betalen het gedrag zal aanpassen door meer consumptie, schenkingen en/of giften, het verschuiven van hoogrenderende
naar laagrenderende beleggingen en/of het verplaatsen van vermogen naar een BV.

In het algemeen kan het volgende worden gezegd over de verschillen in effectieve belastingdruk
tussen box 2 en box 3. Het laagste gecombineerde tarief in de vennootschapsbelasting
en box 2 (38,85%) is hoger dan het tarief in box 3 (36%). Daarentegen kan in de BV de heffing
van vennootschapsbelasting over de waardeaangroei van beleggingen worden uitgesteld
tot verkoop, bijvoorbeeld door effecten te waarderen op de kostprijs. Daarnaast kan in
bepaalde situaties onder voorwaarden ook de heffing van vennootschapsbelasting over de
verkoopwinst worden uitgesteld via de vorming van een zogenoemde herinvesteringsreserve.
Verder kan de heffing in box 2 worden uitgesteld als de winst in de BV wordt gehouden.
Het opzetten en onderhouden van een BV brengen echter wel incidentele en jaarlijkse kosten
mee zoals: – notariskosten voor de oprichting; – kosten voor het voeren van de administratie, opstellen van jaarstukken, en – het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting.

Voor belastingplichtigen met een lange beleggingshorizon kan de route via de BV vanwege
het kunnen uitstellen van (een deel van) de heffing fiscaal aantrekkelijk zijn ondanks de
eenmalige en jaarlijkse kosten voor een BV. Voor spaarders en beleggers met een kleiner
vermogen, een lager rendement of een beperktere beleggingshorizon zal het aanhouden
van vermogen in box 3 doorgaans fiscaal aantrekkelijker zijn omdat gebruik kan worden
gemaakt van het heffingsvrije resultaat van € 1.800 en de kosten van een BV worden bespaard.

De staatssecretaris merkt nog op dat de verschillen tussen box 2 en box 3 minder zullen
zijn op het moment dat in box 3 een volledige vermogenswinstbelasting wordt ingevoerd
zoals in het coalitieakkoord is afgesproken. Dan zal – net als straks bij onroerende zaken –
de waardeontwikkeling van box 3-vermogen pas bij een vervreemding worden belast.