Nieuwsitems

Partneralimentatie van 12 naar maximaal 5 jaar

21-05-2019

Partneralimentatie gaat niet meer 12 jaar, maar maximaal 5 jaar gelden. De Eerste Kamer nam vandaag het gewijzigde wetsvoorstel herziening partneralimentatie aan. Alleen de christelijke partijen en 50PLUS stemden tegen. Zij vinden de nieuwe regeling nadelig voor ouderen en het is voor hen niet duidelijk waarom de duur van alimentatie verkort moet worden.

Op de termijn van 5 jaar zijn twee wettelijke uitzonderingen: langdurige huwelijken en huwelijken met jonge kinderen. In het eerste geval gaat het om mensen die bijna AOW-gerechtigd zijn. Voor hen kan partneralimentatie maximaal 10 jaar duren. Wie voor nog jonge kinderen zorgt, heeft recht op maximaal 12 jaar partneralimentatie.

Vereenvoudigd
Initiatiefnemers VVD, PvdA en D66 hebben het wetsvoorstel ingrijpend vereenvoudigd. In het oorspronkelijke voorstel van 2015 konden afspraken over partneralimentatie in huwelijkse voorwaarden worden vastgelegd. Door kritiek van de Raad van State hebben de initiatiefnemers dit teruggedraaid. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft bij de indieners nog gepleit voor het wel mogelijk maken van afspraken hierover, maar dit is niet in het wetsvoorstel opgenomen. Bij huwelijkse voorwaarden kan namelijk ook worden afgezien van partnerpensioen.

Evaluatie
In de Eerste Kamer zegde de minister toe dat er een tussentijdse evaluatie komt na 5 jaar, in plaats van de voorgestelde 8 jaar.

______________________________

Vaststelling erfdelen na overlijden

17 april 2019

Als ik met een langstlevende echtgenoot aan tafel zit voor de bespreking van een testament of levenstestament, vraag ik altijd of er iets is vastgelegd/geregeld na het overlijden van de echtgenoot. Het antwoord is vaak ontkennend. Het is dan in veel gevallen zeer de moeite waard om alsnog actie te ondernemen. Ik zal u uitleggen waarom.

Als er bij het eerste overlijden geen aangifte erfbelasting gedaan, staat niet vast welk erfdeel de kinderen eigenlijk (‘op papier’) van hun eerste ouder hebben geërfd.

Bij het tweede overlijden doen de kinderen dan vaak een aangifte erfbelasting alsof zij het gehele vermogen van hun langstlevende ouder erven. Dit kan fiscaal erg nadelig zijn.

Een (grof) rekenvoorbeeld: Bij het tweede overlijden is er een huis van 280.000 en een bankrekening van 40.000. Totaal € 320.000. Twee kinderen. De kinderen geven ieder de helft, dus ieder € 160.000. Daarvan is zo’n € 20.000 per kind vrijgesteld, dus € 140.000 per kind belast met erfbelasting. De eerste € 124.000 tegen 10% = € 12.400 erfbelasting. En het restant ad € 16.000 tegen 20% = € 3.200 erfbelasting. De totale erfbelasting per kind: € 15.600, dus voor twee kinderen samen: € 31.200.

Wat zou de situatie zijn als de kinderen kunnen aantonen dat zij bij het eerste overlijden ‘op papier’ al een erfdeel hebben geërfd? Stel, het totale vermogen was ten tijde van het eerste overlijden (net als hiervoor) € 320.000. De eerste nalatenschap bedraagt de helft, dus € 160.000. De langstlevende en de kinderen erven ieder 1/3e deel daarvan, dus € 53.333 per persoon. Omdat de kinderen op hun erfdeel moeten wachten, mag voor de belastingdienst een afwaardering worden toegepast naar de contante waarde. Stel dat de langstlevende ouder 75 jaar is, dan is de contante waarde van de erfdelen van de kinderen 70%, dus 37.333. Vervolgens zetten de kinderen hun vrijstelling in van zo’n € 20.000. Dan is het restant ad € 17.333 belast tegen 10%, derhalve € 1.733 per kind, dus in totaal voor twee kinderen samen € 3.467.

Bij het tweede overlijden laat de langstlevende echtgenoot na: € 320.000 minus een schuld aan haar kinderen van 2 x € 53.333, waar al over afgerekend is. Haar fiscale nalatenschap is dus € 213.333. De kinderen erven ieder de helft, dus € 106.667 per persoon. Daarvan is opnieuw zo’n € 20.000 vrijgesteld, dus € 86.667 is belast met 10% erfbelasting. De erfbelasting bij het tweede overlijden bedraagt dus € 8.667 per kind, dus voor twee kinderen samen: € 17.333.

De erfbelasting bij het eerste overlijden bedroeg in totaal € 3.467. Opgeteld is de erfbelasting over de twee overlijdens samen dan € 20.800.

Het verschil in de totale belasting bedraagt maar liefst € 10.400. Dat is de moeite! Het is verschil zit dus in drie aspecten: 1) De kinderen rekenen bij het eerste overlijden slechts af over de relatief lage contante waarde, terwijl zij later de hogere nominale waarde in aftrek brengen, 2) De kinderen benutten tweemaal hun vrijstelling van ruim €  20.000,- en 3) het lage 10%-tarief wordt tweemaal benut zodat de kans kleiner is om in het 20%-tarief te belanden.

Om de genoemde voordelen te behalen, kunt u een akte van vaststelling erfdelen laten opmaken. Dat kan zelfs jaren na het eerste overlijden alsnog worden gedaan. Dus kom na een overlijden even langs en laat u goed informeren over de fiscale mogelijkheden en de consequenties daarvan. Het is in het algemeen zeer de moeite waard!

Mw. mr. E.M. (Liesbeth) Verhagen

____________________________