Nieuwsitems

Is een spaar BV aantrekkelijk in het nieuwe box 3-stelsel?

1 mei, 2026

Naar verwachting zal op 1 januari 2028 het wetsvoorstel “Wet werkelijk rendement box 3” in werking treden. Volgens dit wetsvoorstel wordt het werkelijke rendement van box 3-vermogen belast tegen 36%.
Niet alleen de reguliere inkomsten worden (na aftrek van kosten) belast maar ook de waardeontwikkeling die de box 3-bezittingen ondergaan.
Als hoofdregel wordt de waardeontwikkeling die een object in een bepaald kalenderjaar
heeft ondergaan in het betreffende jaar belast, ook indien het object niet wordt vervreemd.
Voor onroerende zaken (en participaties in een startende onderneming) geldt echter dat de
waardeontwikkeling pas wordt belast met inkomstenbelasting in het jaar van vervreemding.

De Eerste Kamer heeft een vraag gesteld over de kans dat mensen een spaar-BV oprichten en hun vermogen naar box 2 verplaatsen. In zijn antwoord stelt de staatssecretaris van Financiën dat het de verwachting is dat een deel van de mensen die structureel meer box 3-belasting gaat betalen het gedrag zal aanpassen door meer consumptie, schenkingen en/of giften, het verschuiven van hoogrenderende
naar laagrenderende beleggingen en/of het verplaatsen van vermogen naar een BV.

In het algemeen kan het volgende worden gezegd over de verschillen in effectieve belastingdruk
tussen box 2 en box 3. Het laagste gecombineerde tarief in de vennootschapsbelasting
en box 2 (38,85%) is hoger dan het tarief in box 3 (36%). Daarentegen kan in de BV de heffing
van vennootschapsbelasting over de waardeaangroei van beleggingen worden uitgesteld
tot verkoop, bijvoorbeeld door effecten te waarderen op de kostprijs. Daarnaast kan in
bepaalde situaties onder voorwaarden ook de heffing van vennootschapsbelasting over de
verkoopwinst worden uitgesteld via de vorming van een zogenoemde herinvesteringsreserve.
Verder kan de heffing in box 2 worden uitgesteld als de winst in de BV wordt gehouden.
Het opzetten en onderhouden van een BV brengen echter wel incidentele en jaarlijkse kosten
mee zoals: – notariskosten voor de oprichting; – kosten voor het voeren van de administratie, opstellen van jaarstukken, en – het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting.

Voor belastingplichtigen met een lange beleggingshorizon kan de route via de BV vanwege
het kunnen uitstellen van (een deel van) de heffing fiscaal aantrekkelijk zijn ondanks de
eenmalige en jaarlijkse kosten voor een BV. Voor spaarders en beleggers met een kleiner
vermogen, een lager rendement of een beperktere beleggingshorizon zal het aanhouden
van vermogen in box 3 doorgaans fiscaal aantrekkelijker zijn omdat gebruik kan worden
gemaakt van het heffingsvrije resultaat van € 1.800 en de kosten van een BV worden bespaard.

De staatssecretaris merkt nog op dat de verschillen tussen box 2 en box 3 minder zullen
zijn op het moment dat in box 3 een volledige vermogenswinstbelasting wordt ingevoerd
zoals in het coalitieakkoord is afgesproken. Dan zal – net als straks bij onroerende zaken –
de waardeontwikkeling van box 3-vermogen pas bij een vervreemding worden belast.

De nieuwe regels van box 3: Let op je testament!

23 februari, 2026

De Tweede Kamer is akkoord gegaan met de nieuwe opzet van box 3 voor de inkomstenbelasting (IB) per 1 januari 2028. In box 3 zit spaargeld, beleggingen, cryptovaluta, tweede woning of vakantiehuis, verhuurde woning en vorderingen. Wat verandert er als de wet er uiteindelijk komt zoals die nu wordt voorgesteld?

In het nieuwe box 3-systeem wordt het werkelijke rendement belast. Niet alleen rente of huurinkomsten, maar ook de waardeontwikkeling van je box 3-vermogen. Dus stijgt een belegging in waarde? Dan wordt die stijging belast in het jaar waarin die plaatsvindt. Ook als de belegging niet verkocht wordt!

Voor onroerende zaken, zoals een vakantiewoning, geldt een uitzondering: de waardeontwikkeling wordt dan pas belast bij verkoop. En bij overlijden? Dan wordt er geheven alsof de eigenaar de vakantiewoning zou hebben verkocht tegen de waarde in het economisch verkeer. Wat is het gevolg? Er kan 36% IB in box 3 verschuldigd zijn over de waardestijging. En daarnaast wordt erfbelasting geheven. Dat is een pittige combinatie die niet iedereen verwacht.

Dus als u in uw testament aan iemand bijvoorbeeld een vakantiewoning of een aandelenportefeuille nalaat, dan is het verstandig om daarbij niet alleen te bedenken wie de erfbelasting moet betalen, maar ook wie de box 3 claim zal dragen. En om dat goed te beschrijven. Als er niets over bepaald is in het testament, dan komt de inkomstenbelasting in beginsel ten laste van de erfgenamen. Dat zal niet in alle gevallen de bedoeling zijn. Kortom, stof tot nadenken en om te bespreken met de notaris bij het opstellen van uw testament.

Voor de duidelijkheid: een eigen woning waarin u zelf woont, zit niet in box 3 maar in box 1. Voor de eigen woning geldt dit nieuwe belastingregime dus niet.

Prinsjesdag: wijzigingen Successiewet

19 september, 2025

Ongelijke breukdelengemeenschap

Het kabinet vindt het onwenselijk dat echtgenoten door middel van een ongelijke breukdelengemeenschap of een verrekenbeding met ongelijke breukdelen vermogen onbelast over kunnen laten gaan. Deze maatregel is niet van toepassing op verkrijgingen op grond van huwelijkse voorwaarden die zijn aangegaan voor 16 september 2025, 16:00 uur. De maatregel geldt ook niet voor verkrijgingen op grond van een notarieel samenlevingscontract dat is afgesloten voor 16 september 2025, 16:00 uur. Worden die huwelijkse voorwaarden of dat notariële samenlevingscontract op of na dat tijdstip gewijzigd met betrekking tot het aandeel in de huwelijksgoederengemeenschap of de te verrekenen som? Dan is deze uitzondering niet langer van toepassing.

Aangifte schenkingen binnen 180 dagen voor overlijden
Ook wordt voorgesteld de 180 dagenfictiebepaling zo aan te passen dat schenkingen die zijn gedaan binnen 180 dagen voor het overlijden van de erflater geacht worden niet alleen meer voor de toepassing van de erfbelasting, maar ook voor de toepassing van de schenkbelasting krachtens erfrecht door het overlijden van die erflater te zijn verkregen. Daarmee is geen sprake meer van een schenking voor de Successiewet. Hierdoor is het indienen van een aangifte schenkbelasting door de verkrijger, het vaststellen van een aanslag schenkbelasting door de inspecteur en verrekening van betaalde schenkbelasting met de erfbelasting niet meer nodig.

Gelijkstelling biologische kinderen met juridische kinderen
Daarnaast wordt voorgesteld om kinderen die niet in familierechtelijke betrekking tot hun biologische ouder staan voor de heffing van schenk- en erfbelasting gelijk te stellen met kinderen die wel in familierechtelijke betrekking tot hun biologische ouder staan. Deze gelijkstelling van biologische kinderen geldt voor zowel de tarieven als de vrijstellingen.

Aangiftetermijn erfbelasting 20 maanden
Verder wordt voorgesteld de aangiftetermijn erfbelasting te verlengen van 8 naar 20 maanden na het overlijden. Ook het startmoment van het berekenen van de belastingrente bij de erfbelasting wordt aangepast van 8 naar 20 maanden na overlijden. Tot slot wordt de leegwaarderatio-regeling voor de waardering aangepast.

Hoe verder?
Het pakket Belastingplan 2026 bestaat uit diverse wetsvoorstellen. De commissie voor Financiën van de Tweede Kamer gaat de wetsvoorstellen nu schriftelijk behandelen, zodat de Kamer deze half november plenair kan bespreken. Hierna kan de Eerste Kamer ermee aan de slag.