Nieuwsitems

eindejaarstips

1. Jaarlijks onbelast een bedrag schenken

Ieder jaar mogen er belastingvrije schenkingen plaatsvinden. Bij een schenking aan (klein)kinderen besparen zij later erfbelasting en de schenker verlaagt zijn of haar box 3-vermogen. De vrijstelling voor schenkingen aan kinderen bedraagt in 2019 per kind € 5.428. Voor schenkingen aan kleinkinderen, broers, zussen en anderen bedraagt de vrijstelling € 2.173.

2. Verlagen box 3-vermogen door in 2019 grote uitgaven of beleggingen te doen

Door nog voor het eind van het jaar grote consumptieve uitgaven voor eigen gebruik (zoals auto’s, verbouwingen, zonnepanelen, vakanties, kunstvoorwerpen e.d.) te doen, neemt het in box 3 te belasten vermogen af. Hierdoor kan box 3-heffing worden bespaard. Dit speelt indien een belastingplichtige meer vermogen heeft dan € 30.846 of met partner tezamen meer dan € 61.692.
Onroerende zaken, zoals vakantiehuisjes, zijn wel belast. Het in box 3 belaste vermogen neemt onder meer af door bijvoorbeeld schenkingen te doen (zie tip 1), door te beleggen in erkende groenfondsen (daar geldt een vrijstelling tot € 58.540 en € 117.080 bij partners), door het vooruitbetalen van premies en hypotheekrente over maximaal zes maanden (vooruitbetalen moet met de crediteur worden afgestemd) en door inkomstenbelastingaanslagen voor 1 januari 2020 te betalen.

3. Aflossen kleine schulden (vanwege schuldendrempel)

Is het totaal van alle in box 3 in aanmerking te nemen schulden gering, terwijl het totale vermogen meer bedraagt dan het heffingvrije vermogen (€ 30.846; voor partners € 61.692), dan kan box 3-heffing worden bespaard door deze schulden nog in 2019 af te lossen. Schulden verminderen pas het in box 3 belaste vermogen wanneer ze meer bedragen dan de niet-aftrekbare drempel van € 3.100 (in geval van partners € 6.200). Als door geringe schulden het bedrag van de drempel niet wordt overschreden, is het zinvol af te lossen zodat het box 3-vermogen afneemt.

4. Aflossen op hypothecaire eigenwoningschuld

Door nog in 2019 extra af te lossen op een hypothecaire schuld voor de eigen woning neemt het in box 3 belaste vermogen af. Omdat de spaarrente momenteel erg laag is, zal aflossen op de eigenwoningschuld voordeliger zijn dan sparen. Op grond van de hypotheekvoorwaarden kan vrijwel altijd minimaal 10% per jaar boetevrij worden afgelost (soms zelfs 20% van het oorspronkelijk geleende bedrag). Bij sommige geldverstrekkers is aflossing in 2019 alleen mogelijk als dit voor 1 december 2019 is/was aangekondigd, maar bij een groot aantal banken is geen aankondiging nodig. Dit dient bij de betreffende bank te worden gevraagd.


5. Besparen box 3-heffing bij koop/verkoop eigen woning rond jaarwisseling

Als de koop van een eigen woning deels met eigen geld wordt betaald, wordt box 3-heffing bespaard indien de notariële levering voor het einde van het jaar plaatsvindt. Wordt een eigen woning verkocht, dan is levering na 31 december 2019 voordeliger indien bij verkoop veel overwaarde wordt gerealiseerd. Deze overwaarde behoort dan op 1 januari 2020 niet tot het in box 3 belaste vermogen.


6. Nog in 2019 dividend uitkeren

In 2020 en 2021 wordt het aanmerkelijkbelangtarief in box 2 verhoogd van 25% naar respectievelijk 26,25% en 26,9%. Om die reden kan worden overwogen een voorgenomen uitkering van dividend nog dit jaar te laten plaatsvinden.


7. Afkoop pensioen in eigen beheer

In eigen beheer opgebouwd pensioen kan alleen dit jaar nog worden afgekocht met een fiscale korting en zonder dat over de afkoop 20% revisierente is verschuldigd. Omdat de (ex-)partner moet instemmen met de afkoop is het zaak dat de (ex-)partner tijdig om toestemming wordt gevraagd.

Erft de koude kant mee?

Nieuw huwelijksvermogensrecht

Sinds 1 januari 2018 trouwen echtgenoten niet meer standaard in een algehele gemeenschap van goederen, maar in een zogenaamde beperkte gemeenschap van goederen. Het vermogen dat de echtgenoten bij het begin van hun huwelijk hebben, alsmede en schenkingen en erfenissen die zij voor het huwelijk hebben of tijdens het huwelijk verkrijgen, behoren niet tot die beperkte gemeenschap van goederen en worden dus niet meer automatisch gemeenschappelijk eigendom.

Dit nieuwe huwelijksvermogensrecht is slechts van toepassing op mensen die getrouwd zijn vanaf 1 januari 2018. Voor de mensen die vóór die tijd zijn getrouwd, is niets gewijzigd. Zij zijn en blijven dus in de ‘ouderwetse’ algehele gemeenschap van goederen getrouwd, tenzij zij bij de notaris huwelijksvoorwaarden hebben gemaakt en zelf andere spelregels hebben gemaakt.

Uitsluitingsclausule verleden tijd? 

Tot 1 januari 2018 was de uitsluitingsclausule in testamenten en schenkingsovereenkomsten erg populair. Deze clausule regelde dat de ‘koude kant’ niet meedeelde in schenkingen en erfenissen. “Is het na 1 januari 2018 niet meer nodig om een uitsluitingsclausule op te nemen? Voor kersverse echtgenoten geldt toch automatisch de regel dat schenkingen en erfenissen buiten de gemeenschap vallen?” Die vraag wordt mij vaak gesteld.

Het antwoord op deze vraag is: Nee, het blijft na 1 januari 2018 belangrijk om een uitsluitingsclausule op te nemen. In ieder geval voor ’oude’ huwelijken (gesloten voor 1 januari 2018), maar ook voor stellen die besluiten af te wijken van het wettelijk huwelijksvermogensrecht en in huwelijksvoorwaarden afspreken dat zij een algehele gemeenschap van goederen met elkaar aangaan. 

Insluitingsclausule 

Vanaf 1 januari 2018 kennen we wel een nieuw fenomeen: de insluitingsclausule. Met de insluitingsclausule kan een erflater of schenker aangeven dat schenkingen en erfenissen tóch in de gemeenschap vallen, ook wanneer echtgenoten een beperkte gemeenschap van goederen hebben. In het algemeen wordt zo’n insluitingsclausule dusdanig geformuleerd, dat die alleen effect heeft bij overlijden van de verkrijger en niet bij echtscheiding. Zo’n insluitingsclausule kan worden opgenomen om erfbelasting te besparen bij het overlijden van de verkrijger. Diens partner verkrijgt dan immers een deel van het geërfde vermogen op grond van huwelijksvermogensrecht en niet op grond van erfrecht.

Kortom, uitsluiten -al dan niet in combinatie met insluiten- is en blijft essentieel! 

Wilt u advies over uw testament of overweegt u een schenking te doen? U bent van harte welkom voor een vrijblijvend gesprek.

Liesbeth Verhagen

Schenken op papier

Regelmatig krijg ik de vraag van 65+ers hoe zij hun vermogen bij leven kunnen overhevelen aan hun kinderen, zodat zij minder ‘vermogend’ zijn bij eventuele opname in een zorginstelling (in verband met de eigen bijdrage voor zorg) en zodat er bij hun overlijden minder erfbelasting verschuldigd is.

Als de ouders relatief veel liquide middelen hebben, dan kunnen ze daarvan jaarlijks een deel aan kinderen en kleinkinderen schenken. Maar wat als hun vermogen feitelijk  ‘vast’ zit, bijvoorbeeld in een woning of in beleggingen? En wat als de ouders graag de beschikking willen houden over hun vermogen, omdat ze een appeltje voor de dorst willen hebben? Dan kan “schenken op papier” een oplossing zijn.

De ouders leggen dan bij notariële akte vast dat hun kinderen (en kleinkinderen) een bepaald bedrag van hen tegoed hebben. Het is dus eigenlijk een schuldigerkenning. De ouders houden het geschonken bedrag onder zich en bepalen in de akte wanneer de schenking opeisbaar is; bijvoorbeeld bij overlijden van de langstlevende ouder of bij opname van de langstlevende ouder in een niet-particuliere zorginstelling.

Bij een schenking op papier kan – net als bij een gewone schenking – gebruik worden gemaakt van de jaarlijkse schenkingsvrijstellingen. Het op papier geschonken bedrag is bij de ouders als schuld aftrekbaar in box 3. Dat is gunstig bij de berekening van de eigen bijdrage na opname in een zorginstelling. Daartegenover staat dat de schenking bij de kinderen als vordering moet worden opgegeven in box 3. Feitelijk vindt hier dus een verschuiving plaats van de belastingdruk van box 3 van de schenkers naar de begiftigden.

Om de schuldig erkende bedragen bij overlijden van de ouders in aftrek te mogen brengen voor de erfbelasting, is vereist dat de ouders vanaf het moment van de (papieren) schenking totdat de schenking daadwerkelijk wordt betaald, jaarlijks 6% rente aan de kinderen betalen. Stel dat de ouders jaarlijks het vrijgestelde bedrag van ruim € 5.000 per kind schenken op papier, dan is de rentelast het eerste jaar ruim € 300 per kind en het tweede jaar (als inmiddels 2 x € 5.000 = € 10.000 is geschonken), ruim € 600 per kind, enzovoorts.

De renteverplichting wordt soms als een nadeel ervaren, omdat de rente ten koste gaat van de beschikbare liquide middelen van de ouders. Fiscaal gezien is het echter wel een gunstige verplichting; de rentebetaling is immers een ‘gratis’ extra vermogensoverheveling aan de kinderen. Als de jaarlijkse rentelast te groot wordt, dan kan men ervoor kiezen om (tijdelijk) te stoppen met het doen van nieuwe schenkingen. De jaarlijkse renteverplichting blijft dan bestaan, maar loopt niet verder op.

Over het totaal bedrag van de papieren schenkingen hoeft bij overlijden van de ouders geen erfbelasting te worden betaald. De kinderen hebben dat bedrag immers nog tegoed. Dat scheelt 10% tot 20% belasting. Bij grotere vermogens wordt vaak gekozen voor jaarlijkse grotere schenkingen, die nog net binnen de 10% schenkbelasting vallen. Daarover hoeft later dan niet het hogere tarief van 20% erfbelasting te worden betaald. De besparing is dan 10%.

Wilt u weten of een papieren schenking voor u raadzaam is? U bent van harte welkom voor een vrijblijvend gesprek.